Rigging: offset haken

By 4 mei 2018 Techniek, Tips No Comments

Offset haken zijn noodzakelijk om wiervrij te kunnen vissen. En steenvrij. En takvrij en fietsvrij. Maar je moet ze ook correct gebruiken, we laten je zien hoe.

Laat ons eerst 1 ding duidelijk stellen:

de beste raad is voorraad. 

Het is heel belangrijk om de juiste offset haak in huis te hebben. In je vistas, eigenlijk. Want als hij thuis ligt, ben je er niet veel mee. Als je shads hebt in alle maten, heb je ook haken nodig in alle maten.

De basisregels:

  1. Een offset haak moet 1/3 tot de helft van de lengte van de shad zijn
  2. Er moet genoeg ‘hapruimte’ overblijven. 

Laat ons dat eens in detail bekijken met een paar voorbeelden.

Dit is te klein. De haak gaat verloren in de shad, en er is geen hapruimte. Dit is een 2.5 inch G Tail met een Gamakatsu maat 8 haak. Gaat heel slecht inhaken.

De haak hierboven is dan weer te groot. Het zal wel haken, maar er gaat actie verloren. Doordat de haak zo kort bij de staart zit, kan die niet hard genoeg meer bewegen en flapperen. De haak is ook te zwaar, bijvoorbeeld op een Carolina rig zal deze montage niet genoeg zweefmoment hebben, en gewoon tussen de stenen duiken.

 

Bovenstaande montage werkt. Dit is dezelfde 2.5 inch G Tail, maar met een haak van crazy fish, met een wat langere steel. Bemerk dat de haak ongeveer in de helft van het lijfje door de shad gaat. En de bocht van de haak is ook wijder dan de shad dik is, er is ongeveer 1/3 overschot. Dit werkt goed.

Zo kan het ook nog wel, dit is met een Gamakatsu maat 2. Maar groter moet het echt niet worden, want de haak zit al angstvallig dicht bij de staart.

Dit is een slanke worm. Een worm wordt meestal vlot binnengezogen, dus daar kan de haak iets kleiner zijn dan normaal. Bovenstaande is zeker groot genoeg.

 

 

Er zijn merken die het je gemakkelijk maken: dit is een Spro komodo. Die heeft gleufjes waar een offset haak perfect in valt. Als je ergens in het midden van het gleufje zit, zit je perfect! Buiten de gleuf is sowieso fout. (That’s what she said)

Voila. Midden van de gleuf. Perfect.

Hier wil je ook naar hapruimte beginnen kijken. Een dikke shad heeft een wijde haak nodig, een slanke shad heeft een slanke haak nodig.

Normaal zou hier de shad iets te dik zijn, maar de Komodo heeft ook in de buik een gleuf, dus de haak kan prima uit de shad floepen aan de bovenkant.

Floep! Dat is genoeg hapruimte. De clou is: er moet genoeg ruimte in de haakbocht zijn voor de lip van de vis. Als er teveel opgepropt rubber in de haakbocht in de weg zit, kan de vis van de haak springen.

Als je shad geen buikgleuf heeft, kan je die zelf maken met een mes. Maar echt top is dat niet: de haak moet dan nog altijd rubber uit de weg duwen. Een shad met gleuven werkt beter.

Of wat ook goed werkt, zijn ribbels in zacht plastic. Daar kan je de haakpunt in ‘texposen’, en die scheuren wel uit als er een vis hapt.

Zacht geribbeld plastic zit ook minder in de weg.

Dit zal dus NIET werken. De lengte is OK, maar de shad heeft gewoon teveel buik, er is geen hapruimte.

Je hebt dus een selectie nodig. Voor elke shad de ideale haak.

Pro tip: dit kan je best even checken voor je op pad gaat. Eens kijken welke shad bij welke haak gaat. Leg ze desnoods samen in een doos.

Schrijf een reactie