Panvisserij: een rekenvoorbeeld

“De panvissers vissen alles leeg!” is een veel gehoord verwijt. Maar kan zoiets? Laat ons het even uitrekenen.

Als ik op eender welke zomeravond naar het Albertkanaal rij, staan onder elke kant van de brug en op elk hoekje 2 zeehengels en een frigobox. Dat zijn 14 vissers en 28 hengels op een stuk van 2,7km. Nagenoeg elke dag van de zomervakantie.

We proberen te berekenen of de aanwezige visstand zo’n drukke visserij aankan. En we gaan uit van het beste geval, dus heel veel vis, en vissers die weinig vangen.

Natuur en bos meet elk jaar de visstand op het kanaal, en ze maken er een gedetailleerd verslag van. Daarin kunnen we zien dat de totale gemiddelde visdensiteit in het Albertkanaal 19,3kg/ha is voor 2013, 22,2kg/ha voor 2014, en 12,9kg/ha voor 2015.

Om hier een beeld van te vormen: dat is 1 emmer vol vis op een wateroppervlakte van een voetbalveld. (2 voetbalvelden is een hectare) En dat is alle vis die er zit, dus veel paling, voorn, baars,…

En nog een interessante opmerking: het stukje kanaal dat we als voorbeeld nemen, is een stuk dat elk jaar door Natuur en Bos bemonsterd wordt. Dus we vergelijken appelen met appelen.

Ok, dus ongeveer 20 kg vis per hectare water. Maar hoeveel daarvan is snoekbaars? Want dat is waar op gevist wordt, en dat is wat in de frigobox belandt. Grote baars misschien ook.

Volgens het rapport: 18% is roofvis. Dus laat ons even de best mogelijke situatie nemen: 22,2kg/ha vis, waarvan 18% roofvis, en alle soorten worden meegenomen, dat is 3,996kg/ha roofvis. Laat ons daar 4kg/ha roofvis van maken.

Dan is er nog een factor die we in rekening moeten brengen. Niet al die vis is maats. De lengteverdeling ziet er zo uit:

lengteverdeling snoekbaars2

Er zijn veel meer ondermaatste vissen dan maatse vissen, maar de ondermaatse wegen natuurlijk minder. Hier kunnen we niet exact rekenen, dus we nemen weer het best mogelijke scenario: alle ondermaatse vis wordt meegenomen, of ondermaatse vis weegt niets. We rekenen verder met 4kg/ha die kan meegenomen worden.

Het stuk kanaal dat we bekijken is 2,7km lang, en het kanaal is er 86m breed. Een hectare is 100m op 100m.

Dus 27 x 100m x 0.86 x 100m = 23,2ha water.

23,2ha x 4kg/ha = 92,8kg roofvis beschikbaar.

Die 14 vissers gebruiken allemaal 2 lijnen met een schuiflood en levend aas. De beter uitgeruste vissers hebben beetmelders, anderen gebruiken een belletje op de hengeltop. Er wordt al eens geblankt, er worden al eens een paar vissen gevangen ook. De meeste snoekbaarzen die worden gevangen zijn tussen de 40 en de 55cm, 1,5 a 2kg zwaar. Zoals in de tabellen hierboven ook te zien is, snoekbaars groter dan 60cm is echt zeldzaam.

We weten niet exact welke visser hoeveel vangt, dus hier gaan we weer uit van het best mogelijk scenario: er wordt veel geblankt en weinig gevangen. (‘Best’ voor de vis en de Catch-And-Release fanaat, ‘slechtst’ voor de panvisser)  Iemand die een hele week geen maatse vis vangt, komt niet terug, dus stel dat een slechte visser gemiddeld 2kg vis per week meeneemt. Gefileerd is dat nog maar 1 maaltijd voor 2 personen. Dus er wordt niets in de diepvries gestoken.

92,8kg / 2kg/week / 14 vissers = 3,3 weken voordat de vis op is.

We hebben dus berekend dat zelfs als alle panvissers alle dagen behalve één blanken, en als ze ook ondermaatse vis meenemen, de vis al op is voordat de vakantie gedaan is. En dat is gerekend in het allerbeste geval.

 

Laat ons nu even niet het extreme geval berekenen, maar een realistische inschatting maken.

Ik kom veel op dat stuk kanaal, bijna alle vissers zijn eerlijk. Ondermaatse vis wordt niet meegenomen. En ik vis er zelf ook, de maatse vis is ook in gewicht minder dan de helft van de totale massa. En paling en snoek worden niet veel gevangen, kleine baars ook niet. Dus 2kg/ha is realistisch maar optimistisch. 2kg per visser per week is ook voorzichtig geschat maar een realistisch getal.  In dat geval is het:

23,2ha x 2kg/ha /14 vissers / 2kg/visser/week = 1,6 weken kan er gevist worden tot de vis op is.

Er wordt soms gezegd: “De laatste vis kan je nooit vangen”, en dat is waar. Maar dat is ook wat er aan het gebeuren is: iedereen is al lang op de laatste vis aan het vissen.

 

Nu we toch aan het rekenen zijn, in het Albertkanaal zit niet zoveel vis. Wat als het vroeger veel beter was? Wat als er even veel snoekbaars zou zitten als in Nederland?

Ook in Nederland wordt de visstand elk jaar heel nauwkeurig gemeten. Op een niet nader te noemen bekend snoekbaarswater waar regelmatig Belgen te vinden zijn is de totale visstand 160kg/ha, waarvan in een goed jaar 20kg/ha snoekbaars. Dat is dus meer snoekbaars dan dat er hier aan alle soorten vis bijeen zit. Het is er inderdaad beter.

Ook weer even extreem gerekend: alle vis is maats, panvissers vangen 5kg per week.

23,2ha x 20kg/ha / 5kg/week / 14 vissers = 6,6 weken. Dat is nog altijd minder dan de grote vakantie. Dus het is nog altijd in minder dan 1 jaar leeggevist.

En zo heel extreem is deze hengeldruk niet: 14 zeer matige vissers op 2,7 kilometer kanaal. Dat is 1 visser om de 200m ongeveer. Dan zien ze mekaar net staan. En we hebben nu de zomervakantie bekeken die 60 visdagen lang is, maar er zijn ook 104 weekendvisdagen in een jaar. Zelfs als er in de winter niet wordt doorgevist is 60 visdagen nog steeds heel realistisch.

De moraal van het verhaal: er zijn niet veel panvissers nodig om een water bijna leeg te vissen.

Schrijf een reactie