Techniek: weetjes over molens

By 7 juni 2019 Techniek No Comments

Alles wat u moet weten over molens!

En een paar dingen die u niet moet weten.

En ook iets dat niemand weet.

 

Weetje 1: verhoudingen.

Versnelling.

Overbrenging.

Tandwielverhouding.

Overbrengingsverhouding.

 

Dat betekent allemaal hetzelfde: het aantal keer dat de beugel ronddraait bij 1 omzwengeling.

Molens zitten altijd rond de 5 : 1. Dus 1 omwenteling aan de zwengel is 5 omwentelingen rond de spoel.

Bij molens met een lage verhouding, zoals 4,8 : 1, of 4,2 : 1 neem je niet zoveel lijn binnen per omzwengeling. Caldia, Rarenium,..

 

Een hoge verhouding is 6 : 1, of zelfs 6,2 : 1 tegenwoordig. Zoals de Stradic en de Ballistic. Dan draait de beugel snel rond de spoel, en wordt er veel lijn opgenomen.

Intern heeft dit natuurlijk te maken met de tandwielen, meer bepaald met het aantal tanden op het kroonwiel en de pinion.

Technisch gezien is daar een grens aan: hoe hoger de verhouding, hoe kleiner de pinion moet worden, en hoe minder efficiënt de krachtoverbrenging wordt. 6,2 : 1 Is echt op het randje, en kan enkel met tandwielen van zeer hoge kwaliteit.

En hetzelfde geldt voor reels. Die gaan hoger, tot 8 op 1. Maar dat zijn geen hypoïde tandwielen, en het spoeltje is kleiner van diameter.

 

 

Weetje 2: snel of traag kiezen?

 

Snel is niet altijd beter dan traag. Het is net zoals op de fiets: in een hoge versnelling kan je heel hard gaan, maar vertrekken valt tegen.

 

Bergop rijden doe je liefst in een kleine versnelling. Met aas vissen dat veel weerstand geeft, pluggen of grote spinners, doe je best met een trage molen.

En met een kleine versnelling geraak je heel snel vertrokken, maar om snelheid te maken moet je trappen als een idioot.

 

Waar is een snelle molen of reel dan goed voor? In onze ogen, voor 2 situaties:

  1. vissen van op een hoge kade, of in diep water. Want dan moet je toch altijd de laatste 10 meter draad oprollen voor je terug kan uitwerpen. En dan is het leuk dat je niet moet zwengelen als een idioot.
  2. Finessetechnieken. Dit is controversieel, maar bij finessetechnieken zoals Carolina rig of dropshot beweeg je het aas rustig en met veel gevoel met de hengeltop. Als je moet binnenzwengelen, neem je enkel losse lijn op. Je versleept weinig op de kracht van de molen.

 

Verhouding is eigenlijk maar een deel van het verhaal. Verhouding praat enkel maar over het aantal rotaties. Een grotere spoel neemt ook meer lijn op dan een kleine spoel. Want de omtrek is groter.

 

Daarom dat fabrikanten ook het aantal centimeters lijn per omzwengeling opgeven. Dat gaat van 60cm voor heel kleine, trage molens, over 80cm voor een kleine HG of XG, tot meer dan 100cm voor echt grote en snelle molens.

Dat is de volledige waarheid, lijnafstand per omzwengeling. Maar daar kijkt niemand naar. Waarom ‘omzwengeling’ nog niet in de dikke Van Dale staat, weet ook niemand.

 

Ergens komt de lengte van de zwengel ook om de hoek kijken. Dat is als een hefboom: met een langere zwengel kan je meer lijn binnentrekken. Maar het maakt de molen ook zwaarder en onhandiger. Lengte van zwengel is een heel cruciaal compromis, dat in onze ervaring enkel Daiwa en Shimano perfect afregelen voor u.

 

 

Weetje 3: aantal kogellagers

 

Dat is een ding, dat hebben we met de review van de Favorite Hurricane zeker gezien.

Meer is beter. En meer is meestal meer betalen. En 5+1 is eigenlijk genoeg.

 

Die +1 staat voor de anti-retourlager. Die functioneert niet als lager, maar het is technisch gezien wel een lager. Die dient alleen om niet achteruit te kunnen zwengelen.

 

Weetje 4: hoe werkt een anti-retourlager?

Een anti-retourlager, of éénrichtingslager, of one-way bearing, is een naaldlager met een asymmetrische cage. De rollers zijn geen balletjes, maar naaldjes.

In de voorwaartse richting rollen de naaldjes tegen een rechte kant van de cage. Dat is de kooi waar de rollers inzitten. Mooi recht, alles rolt, volle gaas rechtdoor.

In de achteruitrichting is de kooi schuin. Bij de minste beweging achterwaarts, kantelen de naaldjes schuin, en blokkeert heel de boel. De naaldjes bijten zich als het ware vast in de as door scheef te gaan staan.

 

Weetje 5:

Bij de modernste INFINITE anti-reverse of ultra stopper of whatever marketingnaam anti-retourlagers, zitten er veertjes op de naalden. Zodat ze direct blokkeren, zonder speling. Ze moeten geen millimeter achteruit bollen om aan te pakken.

 

 

 

Weetje 6: hoeveel lagers heb je nodig?

2 Op de zwengelas,

2 (+1) op de spoelas,

1 in de lijnroller.

Dat is 5+1, en dat is het minimum.

Dan kan er nog een kogellager zitten in het tussentandwiel om de spoel op en neer te laten gaan.

En in molens rond de 150€ krijg je meestal nog 1 lager, aan de buitenkant van het handvat.

Nog 1 lager meer, dan zit je in het 200€ segment, dat zit dan meestal in de spoel. Dat is eigenlijk al luxe.

En je kan nog honderden euros meer neertellen en in de Stella en Certate categorie terecht komen, dan krijg je lagers overal: ook in het scharnier van de beugel en in alles wat draait. Dan zit je aan 10+1 of 11+1, en ben je gewoon aan het stoefen.

 

 

Weetje 7: maten

 

De industrie volgt min of meer de naamgeving van de modellen waar Shimano mee begonnen is:

1000

2000

2500

3000

3500

4000

10000

 

Er zijn ook andere merken zoals Abu Garcia die het met 2 nullen minder doen:

10

20

30

40

50

 

Voor het actief roofvissen zijn er maar een paar maten belangrijk: 1000 en 2500.

1000 Is de typische maat voor streetfishing en finesse roofvisserij. Pakweg tot 10 of 15 gram. Formaat 1000 is heel licht en compact, maar toch is de spoel net groot genoeg om goed te werpen, en heb je net genoeg power om vis van een mooi formaat binnen te trekken.

En de laatste jaren zeker: Daiwa en Shimano proppen nu hele grote, harde tandwielen in een kleine behuizing, waardoor je meer power bij hebt dan je zou denken. Bij Daiwa heet dat dan DIGIGEAR, bij Shimano heet het HAGANE. Iets andere technologie, zelfde resultaat: power.

2500 Is de traditionele maat voor struinend roofvissen. Je kan er een gram of 40 mee binnentrekken. Zwengel, spoel, behuizing,… alles heeft zowat een normaal aanvoelende maat. Voor mensen met grote handen begint het hier.

Er zijn nog andere maten, maar die zijn minder relevant. Sommige mensen zijn heel tevreden van een Shimano Symetre 500 bijvoorbeeld. Dat is heel compact, en met het korte zwengeltje draai je ook compact. Maar de spoel is niet hoog genoeg, waardoor je inboet aan werpafstand. Daar hebben de meeste 500 molens last van.

 

In de andere richting gaat het ook verder: 3000 of 4000 serie molens zijn meer gericht op het statisch vissen op grote vis. Dat zijn molens die dienen om in een rod pod te liggen, niet om mee rond te struinen.

 

Er is nog een klein weetje wat betreft maten van molens: de tussenmaten. Soms zie je een enkele molen in de serie van de maat 2000 of 3000. Dat is een maat die normaal niet bestaat.

Dat wil gewoon zeggen dat er een grotere spoel op de behuizing van een maat kleiner staat. Ook dat is weer zoiets dat nu kan, omwille van de grote, harde tandwielen.

Bijvoorbeeld: een Daiwa Fuego 2000 is de behuizing van de Fuego 1000 met een spoel maatje 2500.

 

Een 3000 is een 2500 behuizing met een extra grote spoel.

 

 

 

Weetje 8: carbon slipplaten

 

 

Die zijn in de mode, bij sommige merken.

En de reden is: big game fishing.

Als je vist op tonijn en marlijn en andere topsportvissen, die kunnen wel eens 100 meter lijn aftrekken.

Dé unieke eigenschap van carbon is dat het niet uitzet bij hoge temperaturen. Zoals carbon remschijven in een Formule 1 auto, dat kan een pak hitte verwerken.

En omdat big game fishing het toppunt is van molenontwikkeling, zijn carbon slipschijven nu state-of-the-art. Maar echt boterig zijn ze niet, dus vilt is de andere moderne optie.

 

 

 

Voila, met deze weetjes kan u al uw vismaten en verkopers onder de tafel praten.

 

 

 

 

 

Schrijf een reactie