Review: Daiwa Luvias FC LT 1000D

By 17 september 2020 Reviews 3 Comments

OK, zet uw leesbril op en een tas thee, want dit wordt een lange!

Deze keer bekijken we de Daiwa Luvias LT 1000D.
Sinds de introductie van de LT lijn van molens ergens in 2017, is Daiwa potten aan het breken. En dat valt vooral op bij de goedkopere molens, daar zijn de verschillen het grootst en het meest opvallend. Over de jaren zijn alle modellen vernieuwd en naar het ‘LT’ concept overgeschakeld,…. behalve de Luvias en de Morethan. Het paradepaardje, de Exist, is in 2018 overgeschakeld naar LT en al de rest ook, behalve het segment zo tussen de 300 en de 500€.

Waarom?

Dat heeft waarschijnlijk met ontwikkelingskost en ontwikkelingstijd te maken. En met de monocoque body. Zo een body uit 1 stuk is een zeer complex gegeven. En wat CNC frezen uit een magnesium gietstuk (zoals bij de Exist), dat gaat nog wel. Maar de tooling en de R&D om zoiets uit versterkt plastic te maken, dat kost gewoon veel geld en tijd.

Maar: het is zover! De Luvias LT 2020 serie is eindelijk uit! En dan moeten we dat kopen en testen.

Punt 1: waarom deze molen?

Waarom zou je de Luvias kiezen?
Wel, omdat het de ideale molen zou kunnen zijn voor lichte kunstaasvisserij.
Hij is heel licht. 150 Gram voor een 1000 serie is ultiem licht, er zijn enkel molens uit de 500€ plus categorie die in de buurt komen.
De monocoque constructie zou heel goed afgedicht moeten zijn, en heel sterk. Moderne molens van maat 1000 kunnen heel dikwijls het werk doen van een 2500, als ze stevig genoeg gemaakt zijn.

Bemerk ook ‘FC’ naast LT. FC staat voor Finesse Custom. Een heel fijngevoelige molen dus.

Punt 2: bling!

Laat ons dat eens uitpakken en bekijken.

Aan de doos is niks te zien, dat is uniform bij Daiwa.

Mensen uit Californië krijgen kanker van dit product. Die mannen krijgen wel van veel dingen kanker.

De specs: 5.1 is ongeveer de ideale overbrenging. En 9 lagers is meer dan genoeg. En 150 gram is ultrasuperlicht.

Made in Japan! Dat is een goed teken.

Alle Daiwa LT zwengels zijn modern en licht, maar deze is nog lichter.
En de juiste maat! 40mm Is net kort genoeg om compact te draaien, en net lang genoeg om nog voldoende kracht te kunnen zetten. Ideaal.

En je krijgt er zo’n zakje bij voor de witvissers van de lokale brasemput, om hun stek te loten als het concours is.

Ziet u het (niet)?

Of ziet u het hier (niet)?

Voor al wie het (niet) gezien heeft: geen schroeven!!
Er is geen enkele schroef zichtbaar van buitenaf, omdat die er niet zijn.

Dat is niet alleen esthetisch mooi, het is ook functioneel beter.
En schroef die er niet is, kan al niet loskomen, en ze kan ook geen vuil vangen of binnenlaten. Dat is al 1 ding.

Een tweede ding is dat een molenhuis dat uit 1 stuk bestaat, veel sterker is dan een molenhuis met 2 helften. Sterker én lichter.

En een derde ding is de ultieme bonus: geen schroeven in de weg, betekent meer plaats voor grote tandwielen. En grote tandwielen brengen de kracht beter over, met minder verlies.

Volgens ons is dit de toekomst. Het is moeilijker om te maken, maar gewoon veel beter.
De toegang tot het binnengedeelte, is via 2 hele grote ronde deksels, die netjes afgedicht zijn met een o-ring. Dat is een echte ‘engineering’ oplossing in plaats van 2 stukken plastic tegen mekaar te vijzen.

Er is nog iets niet. Kijk maar naar de onderbuik.

Geen uitschakelbare anti-retour. Die staat altijd aan.
Daar is de Stradic CI4+ mee begonnen, en je moet ermee kunnen leven. Dit kan een struikelblok zijn voor sommige mensen.

Maar het voordeel is: de behuizing is potdicht en perfect bestendig tegen vuil.

Aan die pottoeheid kunnen we direct ook een mogelijk nadeeltje koppelen: zelf onderhoud plegen zal er niet inzitten.
Om aan het binnenwerk te komen, heb je een speciaal gereedschap nodig, dat in de zijplaat past. Dat kan je wel printen of frezen, maar eventjes smeren zal niet gemakkelijk zijn.

Dat gezegd zijnde: perfecte afdichting betekent ook dat onderhoud waarschijnlijk niet nodig zal zijn voor een paar jaar. Zelfs bij intensief gebruik.

Dat gezegd zijnde en geprezen, de rest van deze molen lijkt ‘normaal’.

Maar over dat ‘normaal’….
Daiwa kiest er voor om in heel de LT lijn zoveel mogelijk te herbruiken. De handgreep is een rubberen stuk, en dat is hetzelfde stuk voor een Luvias van 330€ als voor een Legalis van 50€. Ook de slipknop, de slipplaten en de ratel: dat is hetzelfde op alle modellen, duur of goedkoop.

Dat kan je nu op 2 manieren bekijken:

  1. “ik heb een dure molen gekocht, en ik krijg componenten van een goedkope”
  2. “de goedkope molens krijgen componenten van de dure series”.

Ons interesseert het niet: de handgreep en de slipknop zijn perfect, en de slip ook. Op alle Daiwa modellen. Laat ons daar blij om zijn.

De beugel is uit 1 stuk en uitgehold. De actie van de beugel is 100% boterzoet, en zonder harde tik of klap.
De lijnroller ziet er interessant uit: breed en vlak, met aan de rand een overhangend kantje. Dat lijkt een tof idee, daar gaan we op letten tijdens de test.

Zijn we klaar voor punt 3? Zal dat dan droge testen zijn?

Punt 3: droge testen.

Gewoon zo, in de hand, aan de keukentafel (of aan de keukentafel van huisleverancier FlandersFisher): dit is de ultieme boterzachte molen.
Niet gewoon boter uit een vlootje, maar echte hoeveboter, rechtstreeks van prijsbeesten van koeien die op een veld staan waar het gras altijd groener is dan aan de overkant, met zorg en liefde gemolken door een blond, welgevormd boerenmeisje in traditionele kleren. Zo boterig zacht is het.

Speling is er bijna nergens, op geen enkel draaiend onderdeel. Alles is stevig en hard. (Zeker na dat verhaal van die blonde boerin.)

Er is zelfs quasi geen speling op de spoel, door de moderne designs van slipsystemen is dat redelijk uniek.

Het opspoelgedrag, de ‘line lay‘, is gelijkmatig, netjes afgestopt aan de kanten, maar lichtjes hol.
Dat is zo bij Daiwa molens, en alle molens waarin een groot tandwiel wordt gebruikt in plaats van een wormwiel. Een wormwiel zoals Shimano dat gebruikt, onder de naam van ‘Aero Wrap II‘ of ‘VariSpeed II’, is het enige systeem waarbij je met een wormwiel perfecte controle hebt over het op en neer gaan van de spoel. Je kan de beweging asymmetrisch en niet-eenparig maken.

Shimano molens hebben een perfect vlakke line lay, een streling voor het oog. Als nadeel heb je dan iets meer gewicht en iets meer speling.
Maar de Luvias gebruikt dus 1 groot tandwiel. Dat is licht, eenvoudig, sterk, spelingsloos, … maar niet perfect qua line lay.
Niet perfect, in die zin dat het er wat hol uitziet. Om ver te werpen zou die iets holle vorm zelfs gunstig kunnen zijn. Maar who cares, we vissen toch met super dunne braids tegenwoordig. Je moet er enkel tegen kunnen dat je lijn niet perfect vlak op de spoel zit.

Punt 4: aan het water. Natte testen.

Eerste worp: geruisloos.
Maar dat kan ook zijn omdat we hebben opgespoeld met Daiwa J-Braid Grand. Die is gewoon zacht en soepel en licht en dun. En de blauwe nog veel zachter en dunner dan de gele van dezelfde dikte, raar maar waar.

Eerste inzwengeling: geruisloos, boterig, overheerlijk soepel. Maar dat is iets wat je kan verwachten. Dat is heel leuk, maar niet spectaculair.
Door de soepele gang, voel je beter de ruwheid van de bodem, en heb je gewoon meer concentratie over om een beet te detecteren.

Het is spijtig, maar een betere (dus duurdere) molen, vist beter.

Er is ook een onvoorspelde openbaring, helemaal onverwachts. De Luvias brengt de kracht efficiënter over! Je voelt ten eerste dat je minder hard moet zwengelen om een bepaald aasje binnen te krijgen. Dat is 1.

2 Is: bij het drillen van een vis heb je meer kracht, en die kracht is ook beter verdeeld. Je gaat minder snel ‘pompen’, de hengel achteruit trekken terwijl je de molen op de anti-retour laat uitblazen. Met de Luvias zwengel je gewoon vlot en vloeiend binnen, en mag de hengel rustig in positie blijven staan om kopstoten of staartslagen van de vis op te vangen.

Bij het swingen van kleinere vis kan je ook gewoon blijven zwengelen. Dat kan handig zijn als je over hoge relingen of wilde planten moet.

En ten derde: je hebt meer controle. Het aanzetten en afremmen van je zwengelbewegingen is vloeiender, wat beter is voor je presentatie. Je kan zelfs vloeiend met je molen de beweging in je kunstaas brengen, in plaats van dat je alles met de hengeltop moet animeren.

Dat is heel erg, dat een echt dure molen zorgt voor een betere aaspresentatie, en op termijn ook een visje meer zal opleveren. Dat hij langer gaat meegaan is wel in te schatten, en dat is ook eerlijk navenant het geld dat je betaalt. Maar meer kans op vis door extra geld, dat is erg. Dat is elitair en het bevordert snobisme. En daar is Stekelridders.be nu medeplichtig aan.

Maar hoe komt dat dan?

Door de monocoque constructie en de grotere tandwielen. Je moet goed weten: een overbrenging van een molen is 5,1 op 1, of 5,2 op 1. bij snelle molens zelfs tot 6,2 op 1. Dat is een versnelling! Je rotor wordt versneld ten opzichte van je zwengel.
Dat is helemaal anders als bijvoorbeeld de versnellingsbak van een auto. De motor draait veel sneller dan de wielen, de versnellingsbak van een auto doet een vertraging! Minder toeren en meer koppel. Dat is de gemakkelijke richting.
Een molen moet van veel koppel en lage toeren een lager koppel en meer toeren maken. En dat doe je door aan je zwengel van 40mm via een kroonwiel te duwen op een pinion van slechts enkele millimeters groot. Op die tanden komen kilo’s en kilo’s aan puntlast, en dat geeft wrijving en efficiëntieverlies. Er wordt wel een poging gedaan om die enorme kracht te verdelen, goede molens hebben een hypoïde tandvorm, maar daarmee creëer je eigenlijk nog meer wrijving. Je verdeelt de kracht slechts over meerdere tanden. De snelle molens, de XH’s en de HG’s en de XG’s, zitten hier echt op het randje van wat haalbaar is.
Dus als je de pinion een millimetertje groter kan maken, dan win je direct aan efficiëntie. Je wint voelbaar aan kracht(overbrenging). En dat is wat er hier gebeurt.

Ten vierde: het lage gewicht is een enorm voordeel. Het gewicht van je molen is meer dan dat van de stok. Het is de molen die doorweegt, maar met een Luvias dus niet. Die is zo licht dat de combinatie met een zware stok eigenlijk niet tof meer vist. Een lichte molen verdient, en eist, een lichte (dure) stok. Maar dan is het wel een absoluut genot om mee te vissen, uren aan een stuk.

Je kan het verhaal van het lichte gewicht en de extra kracht ook anders zien. Het geeft je extra opties, in elk geval. Wij hebben nu gekozen voor een model 1000, en we genieten nu van extra lichtheid en extra kracht. Maar je zou bijvoorbeeld ook voor een 2500 kunnen gaan. Die is dan licht genoeg om het werk van een 1000 te doen, om bijvoorbeeld onder een UL stok te hangen. En dan heb je extra extra kracht, en meer lijn per omzwengeling. Een betere molen betekent meer opties.

Conclusie

Maar dat allemaal gezegd zijnde…..

dit spel kost wel 350€. Is het dat waard?

Wel, als u een Japanner of een materiaalhoer of een rod snob bent, of als u elke week hard vist: absoluut. Prachtmateriaal. Elke cent waard.

Als u dat niet bent: u gaat het verschil niet voelen. Hoe spijtig het ook is: 9 op de 10 vissers merken geen verschil tussen een Luvias en pakweg een Caldia of Stradic of andere kwaliteitsmolens onder de 200€. Weggegooid geld.

De echte conclusie moet u zelf trekken. Wij zijn enkel hier om objectieve informatie aan te leveren.

Join the discussion 3 Comments

  • Peter schreef:

    Heb de FC LT 2500 S en ik vind het ook een erg goede molen, super licht 155 gram!!(die van mij is 157).

    Die van mij zit gewoon een sticker op “Made in China”. Heb op internet gelezen dat alleen de eerste batch uit Japan komt, daarna uit China.

    Het is wel zo dat er best wel dik vet in zit en dat merk je ook bij het draaien, hij draait wat zwaar. Wordt wel iets beter na het indraaien maar het verdwijnt niet.
    Misschien hebben ze dat gedaan omdat de molen dan minder vaak gesmeerd hoeft te worden, iets wat best lastig is bij deze molen zoals jullie al beschreven.

  • BART DEBAES schreef:

    weer een prachtig geschreven stukje ik ben fan!

Schrijf een reactie