Waarom bijt een vis in kunstaas?

By 7 december 2015 Tips, Vis No Comments

Waarom bijt een vis in kunstaas? Het is een vraag die niet iedereen zich zomaar stelt.
Niemand weet het zeker. Daar zijn we het over eens.

Maar laat ons eens even alle veronderstellingen op een rij zetten.

A: Omdat hij denkt dat het voedsel is

Dat is ten eerste al fout omdat een vis niet denkt, en het concept ‘voedsel’ niet kent. Biologen en professoren antwoorden iets in de zin van “Wees voorzichtig met het projecteren van menselijke gevoelens en begrippen op lagere levensvormen.”, en ze hebben gelijk. Vissen zijn te dom om te denken of om een stuk kunstaas te vergelijken met een prooivis.

Sommige swimbaits zijn levensecht … voor menselijke ogen. Wormen en twisters zouden nog een imitatie kunnen zijn van glasaal of bloedzuigers. Maar spinners, spinnerbaits, lepels,..? Zelfs sommige kleurige pluggen doen geen moeite meer om op prooivis te lijken.

Wat wel waar is, is dat ‘match the hatch’ soms heel belangrijk kan zijn, en dat realistisch kunstaas soms heel goed kan vangen. Maar de reden is niet dat de vis de associatie maakt met iets wat hij kent. De reden is dat zulk kunstaas zenuwen en neurale netwerken stimuleert die ‘goed opgewarmd’ zijn.

B: Omdat hij honger heeft

Een vis denkt niet “Ik heb honger, ik ga een hapje eten.” Een vis is niet zelfbewust, hij heeft geen ‘ik’. En het is zelfs de vraag of hij een hongergevoel heeft. Koudbloedige dieren moeten niet regelmatig eten om hun stofwisseling op gang te houden, inactief tegen de bodem gaan liggen en niet groeien is altijd een optie. Zo is het bijvoorbeeld aangetoond dat een zeelt een jaar lang zonder eten kan.

We gaan de toer van persoonlijke meningen op, maar ik denk dat ‘honger’ een te complex gevoel is om aan een vis toe te dichten. Naar mijn inschatting kan een vis maar 2 stemmingen hebben: actief en inactief. En gradaties van ‘tussenin’. En hongerig komt overeen met actief.

Mensen kunnen veel stemmingen of gevoelens hebben: gelukkig, depressief, hongerig, hitsig, geobsedeerd, bang,… maar voor vis zie ik er maar 2: actief en inactief. Misschien aangevuld met ‘voortplantend’.

C: Uit nieuwsgierigheid

Omdat een vis geen handen heeft, en een hap de enige manier is om te weten te komen of het eetbaar is of niet.

Zelfde verhaal: ‘nieuwsgierig’ is een menselijke stemming die niet bestaat in een vissenbrein.

D: Uit agressie

Dit is al minder onwaarschijnlijk dan de vorige gevoelens, omdat agressie een vrij basic gedrag is. Sommige vissen, onder andere snoekbaars, kennen broedzorg. Ze beschermen hun nageslacht, en kunnen soms heel agressief uit de hoek komen. Er zijn gevallen bekend waar ze duikers aanvallen.

Maar: een agressieve reactie bevat meestal niet het inslikken van de indringer. Snoekbaars geeft dikwijls een kopstoot, black bass zwiert kleinere vis of kreeftjes meestal weg door de staart of een uitsteeksel vast te klemmen met de lippen. Het is wegjagen, niet opeten. Vandaar ook dat in het voorjaar dikwijls snoekbaarzen gevangen worden die gehaakt zijn onder de kop of achter de kieuwdeksels, van die kopstoten.

E: Omdat zijn instincten gestimuleerd worden

Dit is volgens wat er tot nu toe bekend is, het meest correcte antwoord. De neurologie van een vis is vrij simpel: receptoren worden gestimuleerd, een zenuw wordt geactiveerd, en als het sterk genoeg is of genoeg versterkt wordt, komt er een respons. In ons geval: een stuk kunstaas passeert en maakt visuele lichtprikkels en bijhorende drukgolven, en de respons is: HAP! Als de vis actief is, is het HAPHAP, als de vis inactief is, is het niet hap.

Uiteraard zijn hier nuances in. Als de vis niet superactief is, maakt het wel verschil uit welk soort kunstaas er passeert. Het juiste aas of de juiste presentatie kan het verschil maken tussen niet hap en wel hap. Als er superactieve vis in de buurt is, kan je bij wijze van spreken een wortel in het water gooien, en er zal gehapt worden.

Maar hier betreden we het domein van de neurologie; voorkeur voor bepaalde soorten van stimuli, is een vorm van leergedrag. Dat kan genetisch geprogrammeerd of aangeleerd door ervaring zijn, maar het principe gaat als volgt: zenuwbanen die regelmatig gestimuleerd worden, worden met de tijd gevoeliger, en versterken het signaal beter. En dat geldt ook voor patronen van stimuli, en groeperingen van zenuwbanen, en zelfs tijdsgebonden patronen en groeperingen.

Om dit met een voorbeeld te verduidelijken: een baars van gemiddeld formaat zwemt in een school. (Gecoördineerd in een school zwemmen is trouwens ook een neurologisch interessant gegeven, en heeft veel te maken met het zijlijnorgaan en het blinken van schubben.) Hij komt onregelmatige, harde verticale structuur tegen (Wederom, vissen met een goed zijlijnorgaan kunnen structuur ‘voelen’.), bijvoorbeeld een talud met breuksteen of een omgevallen boom. Hij wordt gestimuleerd met scherpe maar kleine drukgolven afkomstig van een panikerend zoetwaterkreeftje, en kort daarop een gezamenlijke voorwaartse aanvalsbeweging van de school die de prooi opjaagt. Als hij dit een paar keer meemaakt, worden de zenuwbanen die verantwoordelijk zijn voor die patronen, gevoeliger. Het jachtgedrag komt dan vanzelf: een prikkeling door scherpe maar kleine drukgolven resulteert in: volle gas voorwaarts en HAP!

Dit soort versterking of heel primitieve vorm van leren, kan seizoensgevoelig zijn. In de vroege zomer zwemt er veel speldaas rond, dus jagende roofvis wordt veel gestimuleerd door subtiele, snelle trillingen en kleine silhouetten. Een kleine shad zal tijdens die periode beter werken. En in de herfst is het net andersom: iets grotere silhouetten, iets meer laagfrequente drukgolven is wat de roofvis tijdens de jacht tegenkomt, iets grotere shads is waar hij op hapt.

In deze theorie ligt ook een verklaring waarom oudere roofvissen individualistischer worden en vaker alleen jagen. Het is niet dat ze zich beter of wijzer voelen dan de jongelingen. Het is gewoon dat die jongelingen kleiner zijn, en dus niet dezelfde soort drukgolven en bewegingen produceren. Dat accordeert niet, dat wordt niet versterkt.

En nu voor de Kabouter Wesleyfans: maar wat is hier het praktisch nut van?

 

 

 

Wel, het advies ‘de presentatie moet kloppen’ heeft ineens wat meer inhoud gekregen. Bij ‘Match the Hatch’ moet alles matchen: de grootte, het silhouet, de frequentie van de trilling, en liefst ook nog het patroon of de blinkendheid. Want gepolariseerd licht, waar de vis gevoelig voor is, heeft veel te maken met blinkendheid en textuur. Als je in het voorjaar een kleine shad hebt, maar hij tril heel langzaam of niet, zal je nog geen succes hebben. Of als je bij koude watertemperaturen iets smijt dat hevig pulseert, dat zal ook niet goed werken.

Nog een praktische toepassing: het visueel systeem van een baars is gevoelig voor beweging, maar het is het gevoeligst in de verticale richting. Een baars kan een verticale beweging beter onderscheiden dan een horizontale. Bij een verticale beweging, schieten er meer neuronen in gang…. Verticaalvissers zullen al wel weten waar dit naartoe gaat…

Misschien de meest visopbrengende toepassing van allemaal: de ‘reaction strike‘. In eenvoudige terminologie: een vis laten bijten puur als reactie. Met dikke draad, snel vissen, de vis geen tijd geven om de boel te inspecteren. Held KVD is hier de absolute grootmeester van: gewoon een bepaald ‘seasonal pattern’ volgen, kilometers en kilometers water bevissen aan hoge snelheid en met grof materiaal, en dan miljoenen dollars in de pocket steken.

En dikwijls ligt de nadruk nog niet eens op perfect een seizoensgebonden patroon imiteren, maar meer op zoveel en zo hard mogelijk stimuleren om een reactie uit te lokken. Denk aan rode pluggen met een luide ratel en een wilde trilling. (De ogen van de meeste baarsachtigen zijn gevoelig voor rood licht)

Nu komen we in het domein van de supertips die een intelligente visser voor zichzelf houdt, maar DE truc om volgers aan te zetten tot happen, is: het kunstaas ergens tegen laten botsen, of ergens over te laten wippen. Of een droog snokske geven zodat de bladen van een spinnerbait tegen mekaar kletsen en het rokje wat opwaait. Als het maar intens en kort is, en de omgeving betrekt. Om KDV’s eigen woorden te gebruiken: “the fish can’t help but bite it.”

Neurologisch bekeken: de vis is gestimuleerd tot achtervolgen door de drukgolf en een silhouet, maar nog niet voldoende gestimuleerd om de mond open te doen. En als dan een korte maar zeer intense stimulatie gebeurt, dat is het neurologisch equivalent van een kortsluiting of kleine ontploffing: alles wordt gestimuleerd en HAP!

Dikwijls is het animeren van een stuk kunstaas en de kunst om een vis te laten toehappen, het equivalent van kietelen. Dat is ook een reflexmatige reactie die je niet kan tegenhouden.

Schrijf een reactie